Uit eigen streek Marian van Strien schenkt dode schapenharen een nieuw leven

Home » Alle berichten » Uit eigen streek Marian van Strien schenkt dode schapenharen een nieuw leven

Door Jan Venema

Je kunt je gezicht niet in de plooi houden als je de vilten vogel van Marian van Strien uit Ter Apel ziet bewegen. Het slanke dier lijkt geconcentreerd beestjes te zoeken, die jij niet kunt zien. De ambachtsvrouw in wol brengt dood en levensloos materiaal tot leven en ontlokt bij iedereen die er naar kijkt op z’n minst een glimlach.

Marian loopt naar de bewegingloze vogel, ongeveer een meter hoog. Het dier is met z’n kop verbonden aan de ene kant van een balans. Aan de andere kant van de balans hangen wat stenen als tegengewicht, mooi bekleed en versierd. Marian tikt zacht tegen de stenen aan en onmiddellijk komt het geheel in beweging. De vogelkop gaat traag van links naar rechts, van onder naar boven en weer terug. Lijkt gedragen door de karikatureske lange nek. Een levend lijkend schepsel van hout en steen met een huid van vilt.

Marian werkt in haar oude boerderij aan de Sellingerstraat in Ter Apel met schapenwol. ,,Het is een natuurproduct en dat is het mooie. Ik hou van oude ambachten en traditionele werkwijzen. Wol is een van de eerste producten die mensen gebruikten om zich te kleden. Al duizenden jaren. De eerste schoenen waren van wol. De eerste kledingstukken waren van wol.’’

Doordat wol zo’n oud product is, zijn er in de loop van de tijd door alle culturen heen zoveel bewerkingstechnieken ontwikkeld. De eerste mensen die wol gebruikten, deden dat waarschijnlijk in de meest onverwerkte vorm: in de vorm van een schapenhuid. Daarna kwamen onze voorouders er waarschijnlijk achter dat je ook alleen de haren van de huid kon gebruiken door de haren van het schaap tot een draad te spinnen. En met die draden kon je weer stoffen weven.

Ergens in die geschiedenis is het kaarden ontstaan. Door de wolvezeltjes konsekwent in een richting te kammen, kwamen de vezels evenwijdig te liggen. Simpel gezegd: door de knopen uit de wol te kammen, komen de vezels netter te liggen, waardoor je weer dunnere en meer regelmatige draden kon spinnen. En dat bracht weer doeken voort die eleganter over het lijf vielen. Kortom: de wol herbergt een hele wereld aan geschiedenis en nog groter scala aan technieken. Marian van Strien is nog steeds bezig deze eeuwenoude wereld te ontdekken.

Een van de eeuwenoude technieken is ze aan het herontdekken. Ze is er zelf bescheiden over, maar iedere buitenstaander kan zien dat ze het al heel wat in haar mars heeft als het om vilten gaat. Wol verwerken tot vilt: wol kaarden en dan in plukjes over elkaar heen leggen, zoals dakpannen over elkaar heen liggen. Vervolgens dwars over de vezel een nieuw laagje ‘dakpannen’ leggen. Stevig aandrukken en er oneindig vaak met water en zeep behandelen. Dan krijg je vilt. En daar kun je ook weer heel leuke dingen mee doen, blijkt uit een rondgang door haar huis, dat ruimtes bevat waarvan je als argeloze bezoeker niet kunt bepalen of het een werkplaats, een expositieruimte, een opslag of een combinatie van dit alles is.

Vesten, tassen, schoeisel, truien, poppen, speelgoedbeesten. Alles van wol en vilt. In pasteltinten of duidelijke, Scandinavische kleuren. Alles is er te vinden. Het liefst zou Mariam dit alles maken, exposeren en verkopen in de eeuwenoude schuur naast haar huis. Maar de schuur behoeft eerst een stevige restauratie. Dus dat zal er nog even niet van komen.

Reacties zijn gesloten.