Rijden op een bietenauto vergt stuurmanskunst en vooral veel geduld met medeweggebruikers

Home » Alle berichten » Rijden op een bietenauto vergt stuurmanskunst en vooral veel geduld met medeweggebruikers

Als bijrijder op pad met Jetsko Strockmeijer, vrachtwagenchauffeur in de bietencampagne

 

Rijden op een bietenauto vergt stuurmanskunst en vooral veel geduld met medeweggebruikers

 

ONSTWEDDE – Bladeren vallen van de bomen en de duisternis duurt langer dan het daglicht. Op de plattelandswegen is in de herfst en het begin van de winter de verkeersdrukte groter dan de rest van het jaar. Het gerommel in de verte is de bijbehorende soundtrack: een eerste grijper- of shovelbak suikerbieten die in een lege oplegger wordt gestort. Het is campagnetijd. Aardappelen worden met tientallen tonnen tegelijk vervoerd naar fabrieken in Ter Apelkanaal en Gasselternijveen, bieten naar Hoogkerk. Hoe is het om als vrachtwagenchauffeur bij nacht en ontij, weer en wind te werken op de haarvaten van het Nederlands wegennet? We gaan op pad met Jetsko Strockmeijer uit Onstwedde, chauffeur in de bietencampagne bij transportbedrijf Gebr. Wever in Valthermond.

“Moi”, roep ik bij aankomst. “Moi. Ik leuf dast weer noar hoes kinst”, is de onverwachte reactie. “Wat nou den?”, vraag ik. Het blijkt technisch malheur: vanwege afgebroken wielbouten van de zojuist volgeladen oplegger gaat de rit niet door. Ook dat is het werk van de chauffeur: in de gaten houden of alles technisch in orde en veilig is. Zo niet, dan gaat de auto aan de kant. “Je merkt er tijdens het rijden niks van”, zegt Jetsko over dit mankement. “Ik zag het toen ik tijdens het laden een rondje om de combinatie liep.” En nou dan? “Kom mörgen mor weer!”

De volgende dag

De volgende dag hebben we meer geluk. We gaan op pad. Jetsko vertelt dat hij een kleine twintig jaar geleden voor het eerst achter het stuur van een vrachtauto van Gebr. Wever stapte. Na drie jaar gaf hij het vak eraan vanwege ernstige complicaties bij de geboorte van zijn tweede zoon: “In 2016 liep ik mijn voormalige werkgever Wijbrand Wever tegen het lijf op het Oogstfeest in Onstwedde. Hij vroeg of ik niet weer wilde gaan rijden. De gezondheidsproblemen van mijn echtgenote waren achter de rug en de kinderen op een leeftijd dat ik weer langer van huis kan. Dus heb ik mijn oude vak weer opgepakt. Met veel plezier. De laatste drie jaar heb ik geen werk meer, ik heb een hobby. Ik heb het geluk om te mogen rijden voor een prima werkgever. We krijgen er alle ruimte om ons werk naar eigen inzicht goed te doen. En als er in de privésfeer eens iets is, dan houdt Gebr. Wever daar rekening mee.”

Levensgevaarlijk

“Iedereen kan een vrachtwagenrijbewijs halen. Maar daarmee ben je nog geen chauffeur”, vindt hij. Zelf kreeg hij het chauffeursvak met de paplepel ingegoten. Vader Harrie en broer Meini rijden beide ook in de bietencampagne. “Eigenlijk zou iedereen die chauffeur wil worden eerst een seizoen campagne moeten rijden. Vaak smalle wegen, veel achteruit insteken, slecht weer en duisternis. Zo leer je echt rijden.”

Tussen zijn eerste periode als chauffeur en nu ziet hij best grote verschillen. Zo constateert hij dat meer mede-weggebruikers aanzienlijk ongeduldiger zijn geworden: “Ze verwachten dat je ook in de berm gaat. Maar met een volgeladen combinatie van 52 ton gaat dat echt niet.” En niet lang nadat hij vertelt dat gesneden worden door personenauto’s meer regel dan uitzondering is, besluit de bestuurder van een witte VW Up nabij het Julianaplein in Groningen als levend voorbeeld te dienen. Vanaf de bijrijdersstoel lijkt het een wonder dat de Volkswagen niet wordt geraakt. Voor Strockmeijer, die zich niet gauw van de wijs laat brengen achter het stuur, is zelfs dit te gortig. Luid claxonerend wijst hij de Volkswagenbestuurder op deze wegpiraterij. “Maar minstens zo gevaarlijk is de smartphone. Ik blijf me erover verbazen hoeveel mensen achter het stuur meer oog hebben voor hun telefoon dan voor het verkeer. Levensgevaarlijk.”

Bij de suikerfabriek

De laatste paar kilometer richting suikerfabriek in Hoogkerk is het een komen en gaan van vrachtauto’s. Het is er ons-kent-ons en dus wordt er volop gegroet en worden er nieuwtjes en grappen uitgewisseld via het 27MC-bakkie. Bij de fabriek wordt de volle combinatie gewogen, waarna er wordt gemonsterd om suikergehalte en tarra (afvalmateriaal) te bepalen. Nadat de bieten uit de oplegger zijn gekiept, wordt de lege combinatie gewogen: “Je hoeft hier niet meer te zwaar beladen aan te komen. Te veel vracht betekent direct een boete van de fabriek, daar komt geen politie meer aan te pas.”

Direct na het wegen gaan we weer onderweg in de 450 pk sterke DAF CF Euro 6 uit mei 2018. “Mijn vader maakte de tijd nog mee dat hij als chauffeur sliep op een plank die op beide stoelen lag. Nu rijden we in een auto die voelt als een luxe personenauto, een automaat met airco en luchtgeveerde stoelen en stuurbekrachtiging. De auto meldt zelfs exact wanneer het volgens de rijtijdenwet tijd is om pauze of rust te nemen. Ja, deze DAF is echt mijn truck, wat een fijne auto.”

Buiten de campagnetijd rijdt Jetsko ook voor Gebr. Wever. Dit in tegenstelling tot veel collega’s: een groot aantal campagnechauffeurs doet dit werk parttime, vooral veel oud-truckers die het geweldig vinden om tijdelijk even weer een paar dagen per week achter het stuur te stappen. Van het einde van de campagne in januari tot het begin in september rijdt Strockmeijer met bulkgoed als graan, turf en grint. Hij vertoeft dan veelvuldig in Zuid-Nederland en België: “Tijdens de campagne kom je elke dag thuis, dat is een voordeel. Maar na vijf maanden een keer of zes per dag naar Groningen heen en weer, ken ik elke oneffenheid in de A7 en ben ik blij dat het bietenseizoen er weer op zit. Dan rij je weer wat grotere afstanden dan het eindeloze ‘rondje-om-de-kerk’. En ik mag dan wel wat vaker van huis zijn, ik heb dan wel weer mijn auto helemaal voor mezelf. Dan ervaar ik weer waarom ik ooit chauffeur ben geworden: het gevoel van vrijheid.”

 

Reacties zijn gesloten.